Neuropathische pijn, beter bekend als zenuwpijn, ontstaat door een beschadiging of gebrekkige werking van het zenuwstelsel. Als er een beschadiging in het centrale- of perifere zenuwstelsel is, ontstaan er veranderingen in het zenuwstelsel. Kenmerkend voor zenuwpijn is het optreden van spontane, vaak continue aanwezige pijnklachten met een brandend karakter. Deze gaan soms gepaard met elektrische, schietende pijn.Er is geen gouden standaard beschikbaar voor de behandeling van zenuwpijn die bij alle patiënten effectief is. Wel zijn er vanuit onderzoek richtlijnen voor het voorschrijven van bepaalde pijnstillers bij de verschillende oorzaken van pijn.
Uw anesthesioloog-pijnspecialist is van mening dat u baat kunt hebben van het voor u voorgeschreven middel. Er wordt begonnen met een startdosering. Bij onvoldoende werking zal de dosering verhoogd kunnen worden volgens een vast opbouwschema tot er voldoende effect is. Als de behandeling niet werkt (omdat pijnstilling uitblijft of omdat er onoverkomelijke bijwerkingen optreden) moet men de dosering eerst geleidelijk verminderen alvorens te stoppen. Ook kan overwogen worden om het middel te combineren met een ander medicament. Zo kunnen antidepressiva en anti-epileptica ook gecombineerd toegepast worden tegen zenuwpijn. Een dergelijke cyclus kan tussen de acht en dertien weken in beslag nemen. Uiteindelijk blijkt van de patiënten met zenuwpijn, tien procent geen pijnverlichting te ervaren ondanks uitgebreide medicatietoepassing.
